'Mensen begrijpen hun pensioen niet'

AMSTERDAM – Om de AOW betaalbaar te houden moet de pensioenleeftijd naar 70 jaar, zegt hoogleraar Fieke van der Lecq. Daarnaast zal de groeiende behoefte aan zekerheid over het aanvullend pensioen leiden tot 'minder fondsen en eenvoudige regels'.

In de politieke rubriek 2030 blikt NU.nl met een expert op een bepaald onderwerp vooruit naar het jaar 2030. In deze aflevering Fieke van der Lecq, hoogleraar pensioenmarkten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, over pensioenen.

Moet de AOW-leeftijd naar 67 jaar om de regeling betaalbaar te houden?

t dat we met zijn allen langer leven en dat de Nederlandse samenleving vergrijst. Om de AOW betaalbaar te houden zullen we de verhouding tussen het aantal werkenden en gepensioneerden moeten verbeteren."

"Langer werken is de beste oplossing voor dat probleem. Ik denk dat we de AOW-leeftijd naar 70 moeten verhogen om het betaalbaar te houden. Dan kunnen we ook nadenken over deeltijdpensioen. Ik hoor al varianten van drie oudere werknemers die samen twee banen doen."

Voor het aanvullende pensioen, de zogenaamde tweede pijler, is de discussie wat ingewikkelder. Maken mensen zich terecht zorgen over die tweede pijler?

"Die zorgen zijn begrijpelijk. Heb je genoeg geld voor een ouder wordende populatie als de rendementen tegenvallen en de rente vrij laag staat? Dan loop je tegen het probleem aan dat het vermogen van een fonds niet groot genoeg is om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen."

"Met het middelloonsysteem dat wij hebben - het gemiddelde inkomen over het werkende leven wordt het pensioenbedrag - speelt dat probleem sterk. Mensen wordt een bepaald pensioen in het vooruitzicht gesteld maar het is de vraag of je ze dat kunt bieden als de rendementen tegenvallen."

"Werknemers betalen nu hun hele leven dezelfde premie en dat is voor ouderen gunstiger dan voor jongeren. De jongeren vragen zich af of het geld er straks ook nog is."

Hoe wordt in 2030 de hoogte van een pensioen bepaald?

"Een alternatief op het middelloonsysteem is dat je op het moment kijkt wat er in de spaarpot zit, maar dat er van tevoren geen toezegging is gedaan hoeveel er voor jou zou zijn."

"Dat heet beschikbare premieregeling en dat wordt hier en daar al ingevoerd. Werkgever en werknemer storten allebei premie in een fonds. Het fonds probeert zo goed mogelijk te beleggen en aan het einde kijk je wat er onder de streep staat."

Dat betekent ieder voor zich?

"Ik zou het betreuren als het zo gaat lopen want de ene generatie heeft geluk en de andere pech. Het is de vraag of mensen dat rechtvaardig zullen vinden. Het doet geen recht aan het solidariteitsbeginsel: samen uit, samen thuis."

Hoe kunnen we dan zekerheden inbouwen?

"Door zekerheid te bieden over een laag pensioen. Als je een hoger bedrag wilt, wordt het onzeker."

"Kies je zekerheid over de pensioenleeftijd of het pensioenbedrag? Men kan er dan voor kiezen langer door te werken als het gewenste bedrag op een bepaald moment niet voor handen is. Maar dat kan in die laatste jaren heel sterk verschuiven als de rendementen tegenvallen. Dan moeten ze ineens veel langer doorwerken of genoegen nemen met een lager bedrag. De vraag is of de mensen dat wel zullen accepteren."

Mensen moeten dus zelf gaan bepalen wat ze willen?

"Het wordt belangrijk dat mensen gaan begrijpen hoe pensioen werkt zodat ze zelf kunnen beslissen wat ze nu eigenlijk willen met dat pensioen. Het is voor pensioenen in 2030 belangrijk dat men krijgt wat men wil en verwacht."

Waar gaan we naartoe?

“Ik denk dat we toe gaan naar een systeem met minder fondsen en meer eenvoudige regelingen waardoor het voor mensen begrijpelijker wordt."

"In het huidige stelsel zijn te veel regels en uitzonderingen. Mensen stoppen dan met nadenken en hopen erop dat het wel goed komt. De behoefte aan een eenvoudiger stelsel zal toenemen."

Denkt u dat er Europese pensioenfondsen zullen ontstaan?

"Een probleem daarbij is dat het pensioen nog altijd veel nationale regels kent als het gaat om arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid. Als die regels geharmoniseerd worden zie ik dat best gebeuren."

Gaat Europa nog een rol spelen?

"Dat is denkbaar, al is dat voor Nederland gevaarlijk. Nederland heeft veel gespaard in de tweede pijler en dat is in veel andere Europese landen niet het geval."

"Wij zijn beducht voor inflatie, want dat holt ons pensioenvermogen uit. Nederland heeft er veel baat bij dat de Europese centrale bank met het rentebeleid de inflatie onder controle houdt. Andere landen hebben veel staatsschuld en daarom het tegenovergestelde belang. Daar zit een belangenconflict binnen Europa waar Nederland het moeilijk mee kan krijgen."

Vooralsnog is Europese bemoeienis voor Nederland dus niet wenselijk?

"Voor de pensioenfondsen wel. Sinds 2003 is het mogelijk voor pensioenbedrijven om hun diensten aan te bieden binnen de EU. Dat kan voor Nederland voordelig zijn omdat wij een hele sterke pensioensector hebben met veel expertise. We hebben er belang bij om buitenlandse klanten naar Nederland te halen om hun vermogen te beleggen of hun administraties te verzorgen."

 

 

Europese bijeenkomst van de Pensioenfederatie


   

Op 24 januari 2011 vond de bijeenkomst plaats van de Pensioenfederatie over de Europese toekomst van het pensioen. Tijdens de goedbezochte meeting in de Permanente vertegenwoordiging in Brussel spraken Eurocommissaris Michel Barnier van Interne Markt en minister Henk Kamp van SZW. Jasper Kemme, voorzitter van de Commissie Internationaal van de Pensioenfederatie, hield zowel een inleidende als een afsluitende speech. Daarnaast was er mogelijkheid om vragen te stellen aan de beide bewindspersonen.

Commissaris Barnier prees het Nederlandse stelsel als een stelsel waarin nagenoeg alle werknemers sparen voor een tweedepijlerpensioen. Van een aantal aspecten van ons stelsel zou het goed zijn als andere landen die overnemen, zo zei Barnier. Vervolgens zei hij dat vanuit de Europese Commissie geen regelgeving zal komen die een bedreiging vormt voor ons systeem.

Minister Kamp legde de nadruk op het belang van het strikt handhaven van het Groei- en Stabiliteitspact. Daarnaast kan de minister zich goed voorstellen dat er een Europees “Pensioenregister” of “tracking service” komt om te verzekeren dat bij arbeidsmobiliteit er geen pensioenen verloren gaan. Tenslotte zei Kamp dat het solvabiliteitsregime voor verzekeraars, Solvency II, niet geschikt is voor pensioenfondsen. Dit laatste werd door Commissaris Barnier volmondig erkend: ook de Europese Commissie is van mening dat de verschillen tussen pensioenfondsen en verzekeraars dermate groot zijn, dat niet volstaan kan worden met één solvabiliteitsregime voor beide typen organisaties.


Categorie(n) Algemeen

 

De kruik gaat zo lang te water tot zij barst.
Henriette Prast & Jan Snippe

De pensioencrisis legt van alles bloot. Zowel over ons pensioenstelsel als over hoe de mens in elkaar zit. Geen fraai gezicht. Wel veel (en toenemend) risico.

Het eerste wat de crisis blootlegt, is de aloude geldillusie. Mensen ervaren een daling van hun pensioen in euro’s anders dan een vermindering van de koopkracht door inflatie. De effecten van inflatie mogen echter niet worden onderschat. Als de inflatie tien jaar lang elk jaar 2 procent bedraagt – wat niet bijzonder laag is – is 100 euro vandaag na die tien jaar nog maar 82 euro waard. Bij 3 procent inflatie blijft er zelfs minder dan 75 euro van over. Dat de meeste mensen last hebben van geldillusie verklaart waarom uitblijvende indexaties van pensioenen maar weinig mensen lijken te deren, terwijl  iedereen ongerust wordt nu de pensioenen mogelijk gekort moeten worden.


Geldillusie wordt in de hand gewerkt door de terminologie die in de pensioenwereld vaak gebruikt wordt. Neem het begrip nominale garantie: zo’n garantie klinkt geruststellend, maar is het helemaal niet. De belofte van een gegarandeerd pensioen in euro’s zegt immers niets over de koopkracht ervan – en dat is toch waar het om draait. Veel mensen vinden het vervelend geen garantie te krijgen. Denken dat je er een hebt, terwijl die feitelijk niet de zekerheid levert die je ervan verwacht, is echter veel vervelender.

De focus op nominale zekerheid is zo sterk, dat zelfs veel deskundigen er nauwelijks oog voor lijken te hebben dat veel pensioenfondsen al geruime tijd veel te weinig op de balans hebben om überhaupt reële zekerheid te kunnen bieden. Gemiddeld genomen komen zij inmiddels meer dan  30 procent  tekort. Zij hebben weliswaar de ambitie om te indexeren, maar de kans om die ambitie waar te maken, bestaat alleen nog door aanzienlijke risico’s te nemen. De kans wordt echter steeds groter dat indexaties ook in de toekomst niet voldoende zullen zijn om de inflatie bij te houden. De  meeste mensen lijken zich er nauwelijks zorgen over te maken. Pas nu een korting op de pensioenen in euro’s dreigt, is Leiden in last.

Selectief winkelen

Naast geldillusie legt de pensioencrisis ook  een ander psychologisch verschijnsel bloot: mensen horen wat ze graag willen horen. Politici, vakbondsleiders en pensioenbobo’s maken er dankbaar gebruik van om niet met het water voor de dokter te hoeven komen. Sterker nog: zij lijken zich er zelf ook beter bij te voelen. Niets menselijks is hun vreemd. Maar al te graag klampen zij zich vast aan de hoop dat aandelenprijzen zich wel weer zullen herstellen en dat de rente niet zo laag zal blijven als nu. Selectief winkelen in de historie helpt dan. Als je maar een jaar of twintig terugkijkt is de huidige rente inderdaad ‘historisch laag’. Als je wat langer terugkijkt, ziet het beeld er echter heel anders uit.

070910ECO_10jaarsrente

Ook op andere manieren wordt op sentimenten ingespeeld. Zo wordt de hoop op een hogere rente onder meer onderbouwd met de stelling dat markten niet altijd goede voorspellers zijn.

Die stelling ‘doet het goed’ in het huidige tijdgewricht. Dat uit allerlei onderzoek blijkt dat de kans dat ‘deskundigen’ beter voorspellen slechts klein is, wordt daarbij liever vergeten. En als het slechte nieuws eenmaal verteld is, probeert men ervanaf te komen door de brenger ervan ‘dood te schieten’. Amper twee maanden geleden kreeg DNB uit allerlei hoeken, waaronder zelfs de Tweede Kamer, het verwijt niet snel genoeg te hebben ingegrepen bij DSB. Na de aankondiging van twee weken geleden dat pensioenen mogelijk gekort moeten worden, domineert echter het verwijt dat DNB onnodige onrust creëert, veel te snel ingrijpt en eigenlijk zelfs een groter probleem is dan de pensioencrisis zelf. De Tweede Kamer komt zelfs terug van reces en praat vervolgens meer over de communicatie dan over de problemen op zich.

Irrationaliteit en onwetendheid

Dat deskundigheid niet altijd helpt om irrationaliteit tegen te gaan, zagen wij hierboven al. Wij zien het ook in het pleidooi om pensioenfondsen te laten rekenen met een hogere rente, zodat hun dekkingsgraad stijgt en er niet hoeft te worden afgestempeld. Een hogere rekenrente is alleen verantwoord als je hogere rendementen verwacht. Dan moet je echter niet vergeten dat je daarvoor risico’s moet nemen. Als je de financiering van pensioenen riskanter maakt, moet je accepteren dat de pensioenen zelf onzekerder worden. Met andere woorden dat pensioenen omlaag moeten als het tegenzit. De pleidooien voor een hogere rekenrente zijn echter juist ingegeven door het verzet daartegen. Het motto zou moeten zijn: ‘hope for the best, prepare for the worst’. Helaas blijft het bij het eerste.

Zolang de irrationaliteit en de onwetendheid (of is het gewoon ontkenning?) niet onder ogen worden gezien  en de tering niet naar de nering wordt gezet, worden de risico’s die wij lopen elke dag groter en worden de kansen op herstel elke dag kleiner. De kruik gaat zo lang te water tot zij barst.

Henriette Prast is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en redactielid van Mejudice; Jan Snippe is Directeur Managed DC Europa bij Dimensional. NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice.

======================================================

De harde waarheid over zachte pensioenen

De pensioenonrust is een mooie aanleiding om de hoogst noodzakelijke discussie te starten over de verdeling van de kosten en risico’s van het pensioenstelsel.

 Rens vanTilburg, in de Volkskrant van 26-8-2010rens

Het is bijna een platitude in dit door crises geteisterde tijdsgewricht, maar vooruit nog één keer: De huidige pensioencrisis biedt ook een kans. De kans om de discussie op gang te brengen over de verdeling van de nog altijd zwaar onderschatte kosten en risico’s van ons pensioenstelsel. Want de huidige onrust betreft slechts het tipje van de ijsberg. Laten we het vooral hebben over het veel grotere probleem dat nog onderwater ligt.

Schokkende rapporten
Jarenlang hebben politici en de in het pensioenbestuur verenigde werkgevers en vakbonden de Nederlanders een rotsvast vertrouwen in hun waardevaste pensioen aangepraat. Dat vertrouwen hield stand toen, als gevolg van de ICT-crash en de stijgende levensverwachting, de dekkingsgraad tussen 1999 en 2005 daalde van 200 procent naar 120 procent. Maar na de laatste financiële crash vertrouwde begin 2009 minder dan de helft van de pensioendeelnemers zijn pensioenfonds. Het percentage dat ‘geen tot weinig’ vertrouwen heeft in zijn pensioenfonds verdubbelde. Let wel: dit zijn cijfers van voor de recent aangekondigde kortingen.

Het probleem is het afgelopen jaar in kaart gebracht door drie commissies. Het leverde drie schokkende rapporten op, die overigens weinig beroering losmaakten. Wellicht naast de algemene desinteresse in pensioenen ook een gevolg van het zalvende taalgebruik. Ingrijpende hervormingsvoorstellen gaan schuil achter polderformuleringen met een bijna taoïstische schoonheid als ‘onzekere zekerheid’ en ‘van welvaartsvast naar waardevast’.

Het rapport van de commissie Frijns was nog de minst verontrustende van het stel. Deze concludeerde slechts dat pensioenfondsen nodeloos 20 miljard euro te veel verloren tijdens de crisis. Klein bier vergeleken bij de conclusie van een deel van de commissie Don over de te verwachten rendementen van de pensioenbeleggingen. De commissie Goudswaard concludeerde tot slot dat het huidige systeem ‘onvoldoende toekomstbestendig’ is.

Deze rapporten verdienen het alsnog de volle aandacht te krijgen. Al lijken de pensioenbestuurders daar anders over te denken. Sinds de onrust over de dreigende pensioenkortingen putten zij zich uit in sussende woorden en halve waarheden. De huidige dekkingsproblemen zouden slechts het gevolg zijn van een boekhoudkundige rariteit.

Rijk rekenen
De pensioenbestuurders hebben gelijk dat de rente recentelijk sterk gedaald is. En dat dit door de nieuwe boekhoudregels direct doorwerkt in een (te) lage dekkingsgraad. De rente zou echter weleens langdurig laag kunnen blijven. Zo is het einde van de economische crisis nog niet in zicht. Na de vorige wereldwijde crash duurde het 15 jaar en een wereldoorlog voordat de economie weer aantrok. En dat zonder de dempende werking van een vergrijzende bevolking op de economische dynamiek. Ook de commissie Goudswaard spreekt van een ‘structurele daling van de rente’. 

Wat de pensioenfondsbestuurders ook niet melden is dat ze nog altijd rekenen met een rendement op hun aandelenbeleggingen dat aanzienlijk hoger is dan wat de experts van het Centraal Planbureau, de Nederlandse Bank en commissievoorzitter Don realistisch achten. De integratie van financiële markten en ICT-revolutie stuwden de laatste decennia de rendementen omhoog. Die bonus zal er de komende jaren niet meer zijn en daarom kan maar beter rekening worden gehouden met structureel lagere rendementen.

Maar is de Nederlandse werknemer daarmee tweemaal zo gelukkig?

De vakbondsbestuurders hielden een verlaging van de maximaal te hanteren rendementen tegen door te stellen dat resultaten uit het verleden nog altijd de beste garantie zijn voor de toekomst.

Generatiestrijd
Het is ondoenlijk om -voor de komende decennia- met enige zekerheid iets te zeggen over de rente en het aandelenrendement. Daarmee is de prijs van een goed pensioen met grote onzekerheden omgeven. Een spijkerhard pensioen is vooral een heel duur pensioen. De vraag is nu of we doorgaan met financieel scherp voor de wind te zeilen? Of dat we gaan rekenen met (structureel) lagere rente en rendementen? De keuze die we maken heeft direct gevolgen voor de verdeling van de pensioenkosten tussen generaties. Blijken we achteraf te zuinig, dan betalen de huidige ouderen de rekening. Zijn we te optimistisch, dan betalen de jongeren de prijs.

Deze keuze kunnen we nog wel een tijdje blijven uitstellen. Een onvoldoende pensioenopbouw blijft onopgemerkt zolang maar genoeg jongeren instromen. En jongeren stromen wel in, daar zijn ze immers toe verplicht. De vraag is wat zij nog in de pensioenpot vinden. De Amsterdamse professor Van Praag spreekt van ‘een soort pyramidesysteem, waarbij de jongste generatie de pineut wordt.’

Als bestuurslid van de organisatie van gepensioneerden wijst deze zelfde van Praag (Volkskrant opiniepagina 24-8) erop dat de gepensioneerden van nu eerder gingen werken, en korter zullen leven, dan de jeugd van tegenwoordig. Hij stelt daarom voor de premies te verhogen. Hier verzetten de jongeren bij monde van Bakker en Pikaart zich een dag later op dezelfde opiniepagina tegen. Ook de commissie Goudswaard wijst premiestijgingen van de hand. Deze zijn al sterk opgelopen. Goudswaard c.s. zoeken het eerder in het bijstellen van de ‘pensioenambitie’.

Dat is een duur woord voor langer werken voor minder pensioen. Dat kan ook, omdat we langer leven en de inkomenspositie van ouderen stevig is. Sterker, volgens Goudswaard kunnen ouderen weleens ‘de meest kapitaalkrachtige bevolkingsgroep van ons land’ gaan vormen. Nu al ligt het vermogen van ouderen met meer dan 200 duizend euro per huishouden een derde hoger dan gemiddeld.

Noodzakelijke discussie
Hoe langer we wachten met herverdelen, des te scherper de tegenstelling tussen actieven en gepensioneerden. Een nieuwe redelijke verdeling van lusten en lasten is geen kwestie van simpelweg optellen, aftrekken en vervolgens eerlijk delen. De discussie moet niet blijven steken in sommetjes over verdisconteerde euro’s. Een vergelijking tussen generaties vereist een breder welvaartsperspectief. Nu staat de moeilijkheid van het vergelijken van een euro nu met een euro over een paar jaar centraal. Maar hoe die euro’s zelf te waarderen? Ruwweg elke 25-30 jaar verdubbelt onze economie in omvang.

Maar is de Nederlandse werknemer daarmee tweemaal zo gelukkig? Dat is aantoonbaar niet het geval. En hoe betrekken we het milieutekort dat de babyboomgeneratie nalaat in de berekening, de klimaatcrisis en grondstoffentekorten? En het achterstallig onderhoud in het onderwijs als gevolg van de in de jaren ’80 ingezette bezuinigingen?
Het is een even ingewikkelde als hoogst noodzakelijke discussie. Daarbij helpt het niet als de sociale partners alle touwtjes in handen houden. Naast de gepensioneerden verdienen ook de jongeren, de actieve beroepsbevolking waarvan het overgrote deel niet is aangesloten bij een vakbond, een plek aan tafel. Alleen door deze discussie te voeren met alle betrokkenen kan het hevig geschade vertrouwen in het pensioenstelsel weer op peil gebracht worden. En deze daarmee behouden.

=================================================================================

Kabinet: aanpassingen nodig voor gezonde pensioenen

07 april 2010 | Nr. 10/25

Het kabinet heeft vandaag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten welke conclusies het trekt voor de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. Het kabinet reageert hiermee op de aanbevelingen van de commissies Goudswaard en Frijns. Minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had deze commissies ingesteld om kwetsbare punten bij de aanvullende pensioenen – zoals het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen en de kosten van de vergrijzing - te onderzoeken. Deze punten zijn door de financiële crisis urgent geworden. Veel pensioenfondsen zijn hierdoor in de problemen gekomen.

De commissie Goudswaard concludeerde dat er dringend enkele aanpassingen nodig zijn om het Nederlandse stelsel van aanvullende pensioenen voor de langere termijn gezond te houden. Het kabinet onderschrijft de urgentie en doet concrete voorstellen voor aanpassingen. Daarmee wil het kabinet bereiken dat waar pensioengerechtigden zekerheid is toegezegd, deze ook wordt nagekomen. Zij moeten bovendien duidelijker dan nu het geval is te horen krijgen wat zij reëel aan pensioen kunnen verwachten. Waar sprake is van risico’s moet daarover duidelijk worden gecommuniceerd. Ook krijgen pensioenfondsen ruimte om meer voorwaardelijke afspraken te maken met deelnemers.

De conclusies die het kabinet nu trekt zijn de basis voor gesprekken de komende maanden met de sociale partners. Werkgevers en werknemers gaan in het Nederlandse model immers over de aanvullende pensioenen, de overheid over de AOW. Het kabinet zorgt via een wettelijk kader – de Pensioenwet en het Financieel Toetsingskader – wel dat pensioengerechtigden de nodige zekerheden hebben. Dat wettelijke kader zal op punten aangepast moeten worden om mensen meer waarborgen te geven en pensioenfondsen meer ruimte.

Brede aanpak nodig

Het kabinet onderschrijft dat de fundamenten waarop het Nederlandse systeem is gebaseerd grote voordelen bieden. Ook in de toekomst zijn collectiviteit (iedereen doet mee) en solidariteit (risico’s worden gezamenlijk gedragen) van belang omdat dit pensioenfondsen schaalvoordelen biedt in het beleggen en risico’s gespreid worden. Het kabinet vindt in navolging van de commissie Goudswaard dat het pensioenstelsel meer zou moeten uitgaan van reële waarden van het pensioen (aangepast aan de inflatie in de loop van de tijd) dan van nominale waarden (een vast bedrag, dat in de loop van de tijd kan leiden tot een groot verschil met de reële verwachting).

Concreet stelt het kabinet voor:

•           dat pensioenfondsen de kans krijgen pensioenregelingen af te spreken waarbij een waardevast pensioen voorop staat dat rekening houdt met gestegen kosten van levensonderhoud. 

•          dat pensioenfondsen onder bepaalde voorwaarden pensioenaanspraken kunnen aanpassen als de financiële positie van een pensioenfonds dat noodzakelijk maakt.

•          dat pensioenfondsen de communicatie naar de deelnemers hoe dan ook meer in reële termen moeten doen.

•          dat de pensioenaanspraken afhankelijk kunnen worden van de levensverwachting. Dit vergroot de financiële schokbestendigheid van de pensioenfondsen.

•          dat het huidige Financiële Toetsingskader (de manier waarop de pensioenfondsen hun financiële positie berekenen) wordt aangepast om de zekerheid van de pensioenen te vergroten.

dat de pensioenfondsen bij zwaar weer iets meer tijd krijgen voordat zij herstelplannen moeten indienen. Ze hebben daardoor minder last van toenemende schommelingen in koersen op de aandelenmarkt en kunnen zich daardoor beter op de lange termijn richten.

De mogelijkheid van voorwaardelijke pensioenaanspraken gebaseerd op de financiële positie en/of levensverwachting, betekent volgens het kabinet ook dat werknemers de kans moeten krijgen langer door te werken dan tot 65 jaar. Het kabinet zal daarom nog vóór de zomer een voorontwerp van wet publiceren om doorwerken na 65 jaar mogelijk te maken.

--- dit is een samenvatting van 14 bladzijden ----


ABP grote verliezer onder grote pensioenfondsen in de wereld.

De Volkskrant van 10 september 2009

Nederlands fonds verloor 72 miljard dollar aan waarde.
Wereldwijd verloren pensioenfondsen 1.500 miljard dollar als gevolg van de crisis.
8 Aziatische fondsen groeien.

Van onze verslaggever Peter de waard AMSTERDAM
s Werelds driehonderd grootste pensioenfondsen hebben vorig jaar ruim 1.000 miljard euro (1.500 miljard dollar) verloren als gevolg van de crisis en de koersdaling op de beurzen.
Op 31 december 2008 was de waarde van hun beleggingsportefeuilles met 12,6 procent gedaald tot 10,4 biljoen dollar. Dit blijkt uit het jaarlijkse overzicht van Watson Wyatt, een internationaal adviesbureau. De Amerikaanse pensioenfondsen incasseerden de grootste klappen, maar ook die in Europa verloren enorme sommen. Met name het Nederlandse ABP, nummer drie op de wereldranglijst van grootste pensioenfondsen, deed het slecht. De portefeuille van het ABP daalde van 315 miljard naar 243 miljard dollar. Hiermee behield ABP nog wel net haar derde positie.

De nummer twee van de wereld, het Noorse overheidspensioenfonds, verloor 32 miljard dollar. Weliswaar waren de verliezen op de portefeuille nog groter dan die van het ABP, maar de inkom sten groeiden ook fors. Dit fonds krijgt jaarlijks een deel van de Noorse olie-inkomsten. Niet alle pensioenfondsen gingen er in 2008 op achteruit. Het nationale pensioenfonds van Denemarken, ATP, zag de portefeuille vorig jaar in waarde stijgen van 45 tot 110 miljard euro. ATP' heeft het grootste deel van zijn geld in vastrentende waarden, zoals obligaties, gestoken. De aande lenportefeuille was volledig afgedekt. En daarnaast steeg de Deense kroon ook nog in waarde ten opzichte van de dollar, waarin deze ranglijst is opgemaakt. Inmiddels hebben de pensioenfondsen in Azië inclusief Australië die in Europa qua omvang over troffen. Veel van deze relatief nieuwe fondsen krijgen veel binnen en hoeven nog weinig uit te keren. Het pensioenfonds van de posterijen in Taiwan zag de waarde van zijn beleggingen vorig jaar stijgen van 129 tot 154 miljard, waarmee het nu het achtste pensioenfonds in de wereld is geworden. Ook Maleisië en Singapore hebben nu elk een pensioenfonds in de toptwintig van de wereld.
Deze pensioenfondsen slagen erin jaar na jaar een positief rendement te halen en daardoor in de wereldranglijst te stijgen', aldus Watson Wyatt. Dat gaat vooral ten koste van Amerikaanse fondsen. Het Japanse overheidspensioenfonds bleef met een belegd vermogen van 1.284 miljard dollar het grootste ter wereld.

brieven

 

Verlaging van pensioenen is serieuze optie

Door onze redacteur Menno Tamminga Amsterdam, 29 jan.

De pensioencrisis is door dalende beurskoersen en dalende rente verder geëscaleerd. De grootste pensioenfondsen staan er ongekend slecht voor. Kleine fondsen overwegen verlaging van pensioenen. Het grootste pensioenfonds, ABP, dat de pensioenen regelt van een kwart van de huishoudens, maakte vanochtend bekend dat zij tegenover elke euro pensioen nog maar 90 cent beleggingen heeft. Dat moet minimaal 105 cent zijn.

Verlaging van pensioenen, een maatregel die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer is genomen, komt bij sommige fondsen in zicht. „Het is een uiterste middel”, zegt directeur Frans Prins van de stichting van ondernemingspensioenfondsen, die 350 fondsen vertegenwoordigt. Hij noemt verlaging van pensioenen bij een beperkt aantal fondsen aannemelijk. „Ik hoop niet dat het zal gebeuren, maar het beeld dat ik uit gesprekken heb, is dat onze leden deze situatie onder ogen zien.”

De vier grootste fondsen, ABP (ambtenaren en leraren), Zorg & Welzijn, het Metalektro-pensioenfonds en het Metaal & Techniekfonds, maakten vanochtend de grootste beleggingsverliezen in hun geschiedenis bekend, alsmede een zeer ernstige verslechtering van hun financiële positie per eind 2008. De verhouding tussen de waarde van beleggingen en de pensioentoezeggingen, die wettelijk minimaal 105 procent moet zijn, is bij ABP 90 procent, bij Zorg & Welzijn 92 procent, bij Metalektro 90 procent en bij Metaal & Techniek 87 procent.

Sommige pensioenfondsen, zoals Zorg & Welzijn, vragen politiek Den Haag om meer dan de reguliere drie jaar om uit de problemen te komen. In de tweede helft van februari beslist minister Donner van Sociale Zaken (CDA) of het kabinet met maatregelen moet komen om de pensioencrisis te bestrijden.
De meeste grote pensioenfondsen hebben dit jaar de prijscompensatie op pensioenen geschrapt. Dit treft werknemers én gepensioneerden. Metalektro en Metaal & Techniek hebben nogmaals de pensioenpremies verhoogd. De beleggingsverliezen zijn met de snel gedaalde rente in het vierde kwartaal verantwoordelijk voor de ongekende verslechtering van de positie van de pensioenbeleggers.
Pensioenfonds Zorg & Welzijn becijfert dat bijna de helft van de verslechtering voor rekening komt van de rentedaling. Hoe lager de rente, hoe hoger de pensioenverplichtingen. In het vierde kwartaal liepen de verliezen op aandelen voor de pensioenbeleggers op tot meer dan 20 procent. Over heel 2008 kwamen zij uit op ruim 39 (ABP) tot bijna 46 procent (Metalektro).


brieven4 april 2009

Nederlanders besteden gemiddeld een derde van hun jaarinkomen aan hun oudedagsvoorziening. En toch bieden de verplichte premies en belasting die zij voor hun AOW en pensioen betalen geen garantie voor een onbezorgde oude dag. De huidige economische neergang heeft aan het licht gebracht dat het veelgeprezen Nederlandse pensioenstelsel onvoldoende crisisbestendig is.

De cijfers liegen er niet om. De pensioenfondsen hebben de afgelopen maanden honderdtien miljard euro zien verdampen. Belangrijkste oorzaken: de lage rente en de gekelderde beurskoersen. De meeste fondsen voldoen niet meer aan de wettelijk voorgeschreven dekkingsgraad, die moet garanderen dat zij ook in de toekomst aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dus moeten er maatregelen worden getroffen en zijn pijnlijke ingrepen daarbij onvermijdelijk.

Gepensioneerden merken dat al aan hun portemonnee, omdat veel pensioenfondsen de uitkeringen voorlopig niet verhogen. Elk procent inflatie leidt derhalve tot een even zo grote daling van de koopkracht voor 65-plussers. Dat geldt bijvoorbeeld tot en met 2012 in de bedrijfstakken voor zorg en welzijn. Het achterwege laten van deze indexatie betekent bovendien dat de pensioenrechten voor werknemers verslechteren. Veel van de andere 780 pensioenfondsen hebben eveneens de pensioenen en de opgebouwde rechten bevroren; ze zijn dat op basis van de Pensioenwet verplicht zolang hun middelen ontoereikend zijn om de uitbetaling van pensioenen ook op lange termijn te garanderen.

Ook op directe wijze zullen veel werknemers de financiële gevolgen ondervinden van de precaire positie van hun pensioenfondsen: bijna de helft van de bedrijfstakpensioenfondsen verhoogt de komende jaren de pensioenpremies. Ook het allergrootste pensioenfonds, het ABP (ambtenaren, onderwijzers), kondigde deze week een premieopslag aan. Met directe politieke gevolgen: de verarmde overheid betaalt als werkgever tweederde van deze premies. Dat leidde al tot een geprikkelde reactie van minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) dat dan maar het aantal ambtenaren moet worden ingekrompen; een niet erg vruchtbare opmerking voor wie hoopt dat in deze crisistijd de sociale rust bewaard kan blijven.

Minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) heeft besloten de Pensioenwet soepel toe te passen. Dat betekent dat een andere dreigende en verder gaande maatregel, het verlagen van de pensioenen, op zijn vroegst op 1 januari 2012 aan de orde is en niet al in 2010. Dan gaat het wel om een ingreep die tot voor kort ondenkbaar leek. Zonder risico is dit uitstel niet: hoe langer zulke impopulaire besluiten worden uitgesteld, hoe harder ze daarna kunnen uitpakken. Het is een gok op economisch herstel.

Daar kan het niet bij blijven. De tijd is rijp om ook te kijken naar de fundamenten van het systeem. De kapitaaldekking blijkt minder zekerheid te bieden dan gedacht. Al past hierbij de kanttekening dat wanneer de pensioenen louter via sparen waren opgebouwd, de premies 40 procent hoger hadden moeten zijn, zo bleek uit een berekening van het ministerie. Het kind moet dus niet met het badwater worden weggespoeld, maar een herziening van het stelsel, dat blijvend voor een eerlijke verdeling van lusten en lasten tussen de generaties moet zorgen, kan niet achterwege blijven.

Crisis legt bloot dat het systeem voor de oudedagsvoorzieningen niet crisisbestendig is


 

Brieven: Verlaging pensioenen is een schande en een ramp

Er wordt serieus overwogen de pensioenen van de grote pensioenfondsen te korten om de financieringsproblemen bij deze fondsen op te lossen (NRC Handelsblad, 29 januari). Dit zou een schande en voor velen een ramp zijn. Pensioengerechtigden kunnen meestal geen kant uit. Zij zitten veelal vast aan omvangrijke vaste lasten, zoals rente van hypothecaire leningen en onderhoudskosten van hun huis of huurlasten en zijn vaak niet meer in staat zelfstandig te verhuizen.
Een schande ook, omdat de problematiek is ontstaan doordat de besturen – waarin vakbonden en wat het ABP betreft ook de overheid een belangrijke stem hebben – in de jaren tachtig ondoordacht hebben besloten op omvangrijke, en uit hebzucht steeds grotere schaal pensioenpremies risicovol te beleggen in effecten, zogenaamd om de loonindexering van pensioenen veilig te stellen.
Vervolgens heeft de overheid haar bijdrage aan de pensioenfinanciering voor dat doel teruggetrokken. Dit is allemaal gebeurd zonder de verzekerden daarin helder en indringend te raadplegen, zodat de meesten er volstrekt onwetend over zijn gebleken. Vakbonden en de ouderenbonden moeten alles in het werk te stellen deze ingreep te verhinderen.

Han Emanuel Amsterdam


Houd Keynes in ere, ook in vette jaren

zaterdag 28 februari 2009 ( BND De STEM)
bovenberg
Prof. Lans Bovenberg is voorstander van een Keynesiaanse aanpak om de crisis te bestrijden, zoals nu gebeurt. Bovenberg heeft veel invloed op het beleid. foto Jan Stads/GPD

Alom klinkt in deze crisistijd de roep dat de overheden moeten handelen volgens het 'boekje' van de vermaarde Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946). Dat kan inderdaad zeer heilzaam zijn, maar het werkt het best als de leer van Keynes niet alleen wordt toegepast bij economisch slecht weer, maar ook als de zon schijnt. De econoom Keynes leefde in de Grote Depressie van de jaren dertig. Overheden probeerden toen door grootscheepse bezuinigingen hun begrotingen in evenwicht te houden. Verder lieten ze banken aan hun lot over, zodat het financiële systeem instortte.

Keynes liet echter op overtuigende wijze zien dat overheden de depressie zo nog erger maakten. Overheden moeten in een recessie het geld juist laten rollen door meer uit te geven en door banken te redden.
Overheden nemen de lessen van Keynes dit keer gelukkig ter harte. Zij pompen veel geld in de economie om de bestedingen op peil te houden. Dat gebeurt in de VS, maar ook in Europese landen als Nederland.

De belastingopbrengsten dalen momenteel sterk en de uitgaven aan WW-uitkeringen stijgen explosief. Het kleine overschot van 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2008 zal volgens het Centraal Planbureau (CPB) volgend jaar omslaan in een tekort van zo'n 5,5 procent. Dat betekent een benodigde stimulans van maar liefst 6,5 procent van het bbp in twee jaar tijd, oftewel zo'n 38 miljard euro. Extra maatregelen, zoals het versnellen van reeds geplande investeringsprojecten op met name gemeentelijk en provinciaal niveau komen daar nog bovenop. Daarnaast beschermt de overheid het bankwezen om te voorkomen dat de kredietverlening opdroogt en de economie daardoor tot stilstand komt. Ten slotte neemt de overheid via allerlei garantieregelingen (zoals het garanderen van bankdeposito's) risico's over van private partijen. Ook dit beschermt banen. Want als de overheid geen risico's zou nemen nu de private sector dat nauwelijks meer durft, zou de economie geheel in elkaar zakken.

Toch zijn er grenzen aan dit Keynesiaanse beleid wanneer de openbare financiën uit het lood dreigen te slaan. De recente cijfers van het CPB geven aan dat ook de Nederlandse overheid deze grenzen begint te naderen. Minister van Financiën Wouter Bos kan in deze tijd alleen blijven stimuleren door het financieringstekort te laten oplopen als hij tegelijkertijd een geloofwaardig pad uitstippelt voor het op middellange termijn weer op orde brengen van de overheidsfinanciën. Als hij dat laatste zou nalaten, verliezen beleggers in Nederlands overheidspapier (staatsobligaties) het vertrouwen en kan hij niet langer goedkoop geld uit de markt halen om het tekort te financieren en het bankwezen en het betalingsverkeer te blijven ondersteunen. Dat zou een gevaarlijke ontwikkeling zijn, nu een tweede ronde aan grote steunoperaties in het verschiet ligt omdat het aantal faillissementen toeneemt. Als Nederland een goede toegang tot de kapitaalmarkt verliest, bieden alleen botte asociale maatregelen met onvoorspelbare lastenverzwaringen en bezuinigingen nog uitkomst. Het extra risico van een onvoorspelbare overheid holt het broze vertrouwen van consumenten en investeerders verder uit.

Stimuleren en saneren staan dus nu niet op gespannen voet, maar liggen juist in elkaars verlengde: de overheid kan alleen blijven stimuleren als ze tegelijkertijd geloofwaardige plannen maakt om de overheidsfinanciën op den duur weer gezond te maken.Verder dient Wouter Bos heel verstandig om te springen met de beperkte capaciteit van de Nederlandse overheid om geld uit de markt te halen en risico's over te nemen. Stimulerende maatregelen moeten tijdig, tijdelijk en trefzeker zijn.

Volgens Keynes moet de overheid tegen het sentiment in de private sector ingaan. In vette jaren, als de bomen tot in de hemel groeien, moet de overheid buffers opbouwen en haar uitgaven saneren. Deze buffers moeten dan worden ingezet in magere jaren. Dit vereist veel discipline.

Het is in een democratie heel moeilijk om in goede tijden terughoudend te zijn met uitgaven en belastingverlagingen. Ook ontbreekt dan de urgentie voor structurele hervormingen, zoals het geleidelijk verhogen van de AOW-leeftijd of het versoberen van de AWBZ en de hypotheekrenteaftrek. Vandaar dat in de magere jaren de opgebouwde reserves vaak ontoereikend blijken en er op het slechtste moment moet worden bezuinigd. Het dak wordt gerepareerd als het regent, terwijl dat zou moeten gebeuren terwijl de zon schijnt.

Ook nu dreigt dit weer te gebeuren, omdat we deze reparaties hebben uitgesteld toen de zon scheen. In goede tijden zijn er te weinig reserves opgebouwd. Daarom lopen we eerder dan nodig aan tegen de grenzen van een Keynesiaans beleid. Om de volgende keer beter voorbereid te zijn, moet we Keynes ook in ere houden in de vette jaren, die gelukkig ook wel weer zullen aanbreken.

(Prof. dr. Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en directeur van Netspar, het wetenschappelijk netwerk voor onderwijs en onderzoek inzake levensloop en pensioenen.)

Laatste wijziging: